Geleerde lessen uit de stimuleringsprojecten van SURF

Geleerde lessen uit de stimuleringsprojecten van SURF

SURF heeft recent de publicatie uitgebracht Geleerde lessen uit de stimuleringsprojecten. In hoofdstuk 3 gaat het over de productie van videomateriaal.

Overgenomen uit de SURF publicatie Geleerde lessen uit de stimuleringsprojecten

 

Lessen op het gebied van

Hoofdstuk 3 Productie van videomateriaal
 

Kies een stijl van videomateriaal: quick and dirty of gestileerd

Bij de meeste vormen van online onderwijs speelt videomateriaal een rol.Er zijn allerlei variaties mogelijk. De verschillende keuzes hebben verschillende consequenties: Kies je voor ‘quick and dirty’ opnames die niet lang mee hoeven te gaan, of steek je veel tijd in een afwerking tot in de puntjes? Sjef Moling van de Wageningen University & Research maakt een duidelijke keuze met zijn Practicumclips Life Sciences: “Hou het simpel en produceer niet voor de eeuwigheid De levensduur van practicumclips is kort. Een clip hoeft geen grote productie te vergen. Zolang het duidelijk, begrijpelijk en verstaanbaar is, is het goed.”

Bram Akkermans van de UM kiest voor kwaliteit boven kwantiteit. “Het is meer dan ooit belangrijk gebleken om het opnemen van video’s heel goed voor te bereiden. Inhoudelijk, samen met de expert die in beeld komt, maar zeker ook

technisch: plan voldoende tijd in voor het voorbereiden van geluid, camera en belichting.”

Maak een bewuste keuze: wel of geen docent in beeld

Voor de kennisclips van de MOOC ‘Ethical Dilemmas in Communication’ werd gekozen voor een visuele benadering, zonder veel docenten in beeld. “We hebben illustraties en animaties ingezet om kijkers een extra houvast te geven bij de soms abstracte theoretische concepten,” zegt Elgin Blankwater van de UvA. De docenten werden soms wel getoond, om enige binding te creëren met de mensen achter de MOOC. Een groot praktisch voordeel van deze opzet is dat kleine foutjes in de audio-opname eenvoudig te verhelpen zijn ten opzichte van video. Blankwater raadt deze opzet dan ook aan voor abstracte onderwerpen. Mark de Reuver van de TU Delft, die zich met zijn materiaal vooral op MKBbedrijven richtte, voegt hieraan toe: “Zorg voor visuele vormen in plaats van tekst, maar geef daarnaast ook wat verdiepende achtergrondteksten voor de deelnemers die hier behoefte aan hebben.”

Besteed aandacht aan casting

Voor de MOOC ‘Beter schrijven in het hoger onderwijs’ zocht de projectleiding naar twee studenten die in de video’s model konden staan voor twee verschillende typen studenten. Projectleider Francien Schoordijk van de UvA zegt: “We hebben veel tijd en aandacht besteed aan het casten van de juiste personen voor de camera en aan de kwaliteit van de opnames. Het vooraf testen van de filmpjes bij de doelgroep heeft bijgedragen aan de vele positieve reacties op het eindresultaat.” Bij de feestelijke lancering van de MOOC werden de twee student-acteurs dan ook met een extra applaus ontvangen. Authenticiteit doet het goed in online onderwijs, zoals video’s met ‘echte’ studenten. “Let wel op het goed regelen van de privacy-afspraken”, tipt Theo van den Bogaart van de HU.

Samenwerking tussen docent, AV-expert en onderwijskundige

Bij het opnemen van filmmateriaal voor het onderwijs komen verschillende expertises samen. Bas Haring van de Universiteit Leiden benadrukt hoe belangrijk de gelijkwaardige verhouding tussen de verschillende expertises is: “We moeten leren om structureel veel tijd in te plannen om gezamenlijk op te trekken als inhoudsdeskundigen en vormexperts,” zegt hij. “Zonder jouw inhoudelijke expertise kan de vormgever die de videoproductie begeleidt, geen goed product afleveren. Het kan ook zinvol zijn om te zien wat de vormgever niet begrijpt; tenslotte heeft de doelgroep van je online onderwijs ook niet jouw expertise.”

Martijn Stegeman onderschrijft dit: “Je hebt iemand nodig in de regisseursrol. Niet slechts een filmer, maar iemand die begrijpt wat je wilt vertellen en die je helpt om een samenhangend verhaal te schrijven en te filmen.” Vergeet ook de didactische expertise niet. Bram Akkermans tipt: “Het is de moeite van de investering waard om een onderwijskundige te betrekken. Laat hem of haar kijken naar de inhoud van de materialen en de opdrachten. Op die manier voorkom je een hoop vragen van studenten.”

Durf je ontwerp zo nodig los te laten

Esther Quaedackers van de UvA ontdekte dat de vakexperts die de Big Historykennisclips inspraken, zich vaker niet dan wel aan de voorgeschreven vorm hielden. Quaedackers: “Die vorm hebben we noodgedwongen snel losgelaten. Enkele van de beste video’s zijn die waarin de experts hun eigen gang gaan. Met de kennis van nu zou ik adviseren om coherentie te zoeken in wat je eromheen bouwt, bijvoorbeeld samenvattende filmpjes na elke kennisclip, steeds in dezelfde vorm.”

 

Technische keuzes die je in het begin maakt, hebben verstrekkende gevolgen

Meerdere projecten worstelden met de keuze voor een geschikt platform om het online onderwijs op aan te bieden. Voor de MOOC ‘Beter schrijven in het hoger onderwijs’ was het essentieel om de MOOC in het Nederlands aan te bieden, op een platform met Nederlandstalige navigatie. Er bestaan echter geen Nederlandstalige MOOC-platforms. Het projectteam koos voor EdX, omdat die als enige de mogelijkheid biedt om het platform om te bouwen naar een andere taal. Dit had echter gevolgen voor het verdere project. Projectleider Francien Schoordijk van de UvA zegt: “EdX bood helaas minder mogelijkheden dan wij hadden gehoopt voor peer feedback, zelfevaluatie en het kunnen werken met afgesloten groepen. Zo hebben we compromissen moeten sluiten.”

 

Een pre-test kan lonen

Voordat je een MOOC met veel bombarie presenteert, kun je hem al even in stilte laten proefdraaien. Besteed nog een paar maanden aan het verwijderen van schoonheids- en beginnersfoutjes, zodat je te zijner tijd een goed product kunt presenteren. Verschillende projecten werden getest op de eigen studenten. Die konden door middel van vragenlijsten of diepte-interviews aangeven wat ze wel en niet goed vonden aan de MOOC, zodat het projectteam nog wat veranderingen kon doorvoeren voordat het officieel werd gelanceerd. Volgens Martijn Stegeman van de UvA is het zelfs van cruciaal belang dat het materiaal goed is getest met een representatieve doelgroep. Hij licht toe: “Het bleek dat we met een van onze modules de studenten echt hebben overvraagd. Daar hebben we veel last van gehad, doordat de studenten er negatief op reageerden. Met docenten in de klas kun je dit soort dingen een stuk makkelijker opvangen.”

Het hele rapport is te vinden op https://www.surf.nl/binaries/content/assets/surf/nl/kennisbank/2018/geleerde-lessen-stimuleringsregeling-en-boegbeeldprojecten.pdf